Onderwerp


Afronden

Welke functies kun je gebruiken om getallen af te ronden ? Download een
voorbeeldbestand ter verduidelijking.




Informatie


A) AFRONDEN

Rondt af op het opgegeven aantal decimalen.
=AFRONDEN(502,34;1) > 502,30

B) AFRONDEN.NAAR.BOVEN

Rondt de absolute waarde van een getal naar boven af.
=AFRONDEN.NAAR.BOVEN(502,36;1) > 502,40

C) AFRONDEN.NAAR.BENEDEN

Rondt de absolute waarde van een getal naar beneden af.
=AFRONDEN.NAAR.BENEDEN(502,36;1) > 502,30

D) AFRONDEN.N.VEELVOUD

Rondt een getal op het gewenste veelvoud af.
=AFRONDEN.N.VEELVOUD(502,36;10) > 500

E) AFRONDEN.BOVEN

Rondt naar boven af, op het dichtstbijzijnde veelvoud van significantie.
=AFRONDEN.BOVEN(502,36;1000) > 1000

F) AFRONDEN.BENEDEN

Rondt naar beneden af, op het dichtstbijzijnde veelvoud van significantie.
=AFRONDEN.BENEDEN(502,36;100) > 500<


!! De Engelstalige variant

De Engelse termen voor deze functies zijn:
AFRONDEN - ROUND
AFRONDEN.NAAR.BOVEN - ROUNDUP
AFRONDEN.NAAR.BENEDEN - ROUNDDOWN
AFRONDEN.N.VEELVOUD - MROUND
AFRONDEN.BOVEN - FLOOR
AFRONDEN.BENEDEN - CEILING