Onderwerp


Toon de actieve rij van een database




Informatie


Van een grote tabel met gegevens is het de bedoeling om alleen het actieve record in een grafiek te tonen. Hoe krijg je dat voor elkaar ? Dit voorbeeld is gebaseerd op de Top 2000 van 2008. Van alle 2000 platen zijn de posities bekend die deze platen de laatste 10 jaar hebben bereikt. De grafiek toont van al die individuele platen het verloop in de ranglijst in de loop der tijd aan. Je kunt de grafiek als volgt creƫren:

- Maak een tabel met een groot aantal kolommen. (Dit voorbeeld gebruikt 18 kolommen)
- Maak een hulprecord voor het actieve record
- Voeg een combobox toe aan het werkblad
- Maak een grafiek die de gegevens van het hulprecord bevat

Download een
voorbeeldbestand en bekijk hoe deze dynamische grafiek wordt gemaakt. De stappen zijn als volgt:

A) Maak de tabel
Dit voorbeeld werkt met een tabel die 2000 records en 18 velden (kolommen) bevat. De velden (kolommen) I tot en met R bevatten de posities van de platen in de laatste 10 jaar. Zo zou je je eigen tabel dus ook kunnen vullen.

B) Maak een hulprecord voor het actieve record
Om deze dynamische grafiek te kunnen maken, heb je een extra record nodig die de gegevens van het actieve record bevat. Op dit hulprecord plaats je op het veld Titel een combobox. Deze combobox bevat de link naar de titels van alle 2000 platen.

De overige velden van het hulprecord worden via de combobox en de functie
INDEX gevuld.
- Hoe koppel je de combobox aan het hulprecord. Dit werkt als volgt:
- Klik met de rechtermuisknop op de combo box en kies
Besturingselement opmaken...
- In de dialoog Besturingselement opmaken kies je het tabblad Besturingselement
- Bij
Invoerbereik vul je het bereik in dat de titels van alle platen bevat (D9:D2008)
- Bij
Koppeling met cel geef je aan aan welke cel de combo box wordt gekoppeld. (B6)

C) Maak de grafiek
Maak een grafiek zoals je dat normaal gesproken doet. De gegevens voor de lijngrafiek staan in het hulprecord.




Hoe het werkt

Via de combobox op het hulprecord kies je een titel uit de lijst. Kies je de eerste titel, dan wordt de waarde van de cel die gekoppeld is aan de combobox
(B6) gevuld met de waarde 1. De overige velden uit het hulprecord worden vervolgens gevuld via de functie INDEX. De functie INDEX heeft 3 argumenten en werkt als volgt:

- Matrix - Het bereik dat de gegevens bevat
($B$9:$Q$2008)
- Rijgetal - Het record waaruit de waarde moet worden opgehaald
($B$6)
- Kolomgetal - Het veld waarvan de waarde moet worden opgehaald
(2, 3, 4 etc. )
- De intersectie van het rijgetal en het kolomgetal bepaald welk gegeven uit de database wordt opgehaald

Als alle velden gevuld zijn, beeld de grafiek alle (of de gekozen) waarden van het hulprecord uit. Door in de combobox een andere titel te kiezen, wordt het hulprecord gevuld met andere waarden en wordt de grafiek bijgewerkt.